Komende Evenementen

Geen evenementen

Kalender

Mei 2021
Z M D W D V Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Sponsoren

  • Harley & Bikes
  • Primera
  • Edwin Koeriers
  • Fliessen XL

Over UDI en de dood van een goedlachse dribbelaar 15-12-2016

De aanleiding was een ronduit tragische, maar ik sprak de voorbije weken met diverse mensen over UDI, de kleine volksclub van sportpark Wesselerbrink-Midden in Enschede-Zuid. ‘Uitspanning Door Inspanning’ luidt de officiële betekenis, maar ‘Uitsluitend Drentse Idioten’ deed het op straat en in de wandelgangen altijd beter. Die geuzennaam verwees soms naar de ontstaansgeschiedenis, in 1933 door Drentse textielarbeiders uit de wijk Pathmos, maar vaker naar het rauwe karakter van de club(lieden): wedstrijden van UDI liepen nét iets vaker uit de hand dan gemiddeld, zoals scheidsrechters zich er nét iets vaker onheus bejegend voelden dan elders. Het maakte dat er met enig dédain neergekeken werd op het volksclubje met Drentse roots.

Uiteraard was ik op de hoogte van dat imago, toen ik me als 18-jarige door twee vrienden liet overhalen voor UDI te gaan spelen. Het debuutseizoen in de A1 kende een glorierijk slot (met een kampioenschap), maar belangrijker was de constatering dat de meeste vooroordelen op drijfzand gebaseerd waren. Een broeinest van a-sociaal volk? Flagrante onzin. UDI bleek een hechte en warme familieclub, een sociaal buurthuis, met een vaste kern van enkele tientallen clublieden. De meesten uitgerust met (Drentse) namen als Moes, Ossevoort, Schonewille en Tiems, anderen met meer exotische ‘titels’, zoals Dani Pareja, de altijd goedlachse dribbelaar.

Door de ligging, in de periferie van aandachtswijk Wesselerbrink, trok de club uiteraard leden aan uit de kantlijn van de maatschappij. Zij kregen evenzeer een warm welkom. Wie zich uiteindelijk niet wilde schikken naar de normen en waarden van sportiviteit, kon ophoepelen. Of kreeg een tweede kans. Om dan toch weer de fout in te gaan. Met een negatief stukje in de krant tot gevolg. Een uitzondering, maar uitzonderingen bevestigen nu eenmaal de regel.

Zelf koppelde ik mijn sportbeleving aan het schrijven van wedstrijdverslagen en columns in UDI-nieuws, het clubblad. In die stukjes tekende ik regelmatig de naam van Dani Pareja op, de altijd goedlachse dribbelaar. Geen wonder, want met zijn rushes behoorde hij wekelijks tot de uitblinkers. Eerst in de A1, later in het eerste elftal. Veel mensen dichtten hem een betaald voetbal-loopbaan toe, maar zover kwam het niet. Die eer was voorbehouden aan een reeks andere UDI-exponenten, zo zou later blijken.

Wat heet: Karim El Ahmadi is Marokkaans international en de onbetwiste regisseur van kampioenskandidaat Feyenoord. Tjaronn Chery maakte al eens deel uit van de Oranje-selectie en heeft een basisplaats bij de Engelse traditieclub Queens Park Rangers, uitkomend in het Championship. René Nijhuis, een generatiegenoot van de goedlachse dribbelaar, speelde kort voor FC Twente en daarna voor FC Den Bosch, TOP Oss en Heracles Almelo. Hennie Stijckel, een andere generatiegenoot, schopte het tot de jeugd van FC Twente. Mitch Stockentree pikte met FC Twente als invaller zowaar Champions League-minuten mee, tegen Werder Bremen. Om daarna het shirt te dragen van FC Oss en, tegenwoordig, Excelsior’31, in de Derde Divisie. Tim Pothast speelde onder meer voor Heracles Almelo en Lesley Nahrwold belandde via de jeugd van FC Twente bij RBC Roosendaal.

Een volksclub met amper 400 leden, een vijfde klasser, die binnen twintig jaar zeven talenten aflevert aan het betaalde voetbal, waaronder twee absolute topspelers: het is waarlijk een unieke prestatie en, op zijn minst, een opvallende statistiek. Het mooie: al deze voetballers koesteren warme herinneringen aan UDI en/of behoren nog tot de rood-witte familie.

Een aantal spelers heb ik nog ingeschreven als jeugdlid. Ik was amper 20 jaar, toen de eminente voorzitter Cees Wagter me overhaalde secretaris te worden. En als Cees Wagter het vroeg, een heuse pater familias, zei je simpelweg geen nee, alleen al uit eerbied en respect voor ’s mans statuur en verdiensten. Na een paar jaar moest ik de functie neerleggen, wegens drukke werkzaamheden. Zoals ook het lidmaatschap van UDI door andere keuzes geen stand hield.

Het gevoel van sympathie is echter nooit verdwenen. Voor de club, voor de mensen. De namen van toen zijn ook de namen van nu. Echte UDI-lui. Sommigen zijn gebleven, anderen terug van weggeweest. Ook Dani Pareja, de altijd goedlachse dribbelaar, was na een paar uitstapjes al jaren weer ‘thuis’, op het vertrouwde honk. Hij maakte zich verdienstelijk als trainer en speelde zijn wedstrijdjes bij de veteranen. Niet zo kwikzilverachtig als vroeger, maar toch.

Op 1 december was ik terug op sportpark Wesselerbrink-Midden. Niet voor het presenteren van een sportcafé, zoals de voorbije keren, maar voor een afscheidsritueel. Ruim tweehonderd mensen brachten die middag, rond de middencirkel van het hoofdveld, een hartverscheurend eresaluut aan de tragisch verongelukte Dani Pareja (47), de altijd goedlachse dribbelaar. Ik zag en sprak mensen die ik tien, twintig, soms 25 jaar niet had gezien. Ik zag verweerde koppen, getekend door pijn en verdriet. Ik zag samenhang, eendracht, respect en veerkracht. Ik zag een familie. Ik zag een hechte familie. Een onverwoestbare familie. Ik zag de UDI-familie.

©2014 VAN DER LEY